Techniek Sluipen | Terug
Goed sluipen doe je met alle punten van B.A.S.T.O.S.G.S.
B(eweging)
Het menselijk oog is heel goed in het opvangen van beweging. Doe dus geen bruuske bewegingen, maar
doe je beweging traag.
A(chtergrond)
Achtergronden kunnen heel variabel zijn, vb Sneeuw, bos, zandvlakte,... Pas dus je kleding en
camouflage aan aan je omgeving.
S(chaduw)
Overdag of 's nachts als de maan schijnt, zal je lichaam een schaduw werpen op de grond.
Als je je dus achter een boom verschuilt, zal je schaduw zich meestal niet achter die boom bevinden
maar zichtbaar zijn voor iedereen.
T(ijd)
Het is niet omdat je vlug sluipt, dat je goed sluipt. Neem je tijd om zo correct mogelijk te sluipen.
O(ndergrond)
De ondergrond waarop je sluipt ligt meestal vol met bladeren en takjes. Om niet opgemerkt te worden
is het dus aan te raden deze te verwijderen tijdens het sluipen.
S(chittering)
Bij zonlicht of maanlicht zijn er allerlei voorwerpen die licht gaan weerkaatsen bvb. Uurwerk, bril,
knoppen van de jas, oorbellen, handen, ringen, ogen,... Bedek deze of doe ze uit voor je gaat sluipen.
G(eluid)
Dit hoort voor een deel bij achtergrond. Let goed op waar je sluipt en verwijder zo veel mogelijk
alle voorwerpen die lawaai kunnen veroorzaken. Let ook op de windrichting. De wind draagt geluid
makkelijker mee.
S(nelheid)
Beweeg je snel voort op een open vlakte, want anders is je zichtbaarheid te groot. Wanneer je terug
beschut bent, pas je sluipstijk dan terug aan.
De sluipgangen
- Apegang
- Kattegang
- Ganzegang
- Kattesluipgang
- Robbegang
